Hoe TurboRekenen is ontwikkeld

Goede rekenoefeningen ontstaan niet vanzelf. Achter iedere oefening in TurboRekenen zit een bewuste keuze over wat een leerling oefent, waarom dat belangrijk is en hoe een kind dat het beste kan leren.

Daarom is TurboRekenen niet opgebouwd als een verzameling losse rekensommen, maar ontwikkeld vanuit de leerdoelen van het Nederlandse basisonderwijs.

Uitgangspunt: het curriculum

Bij de ontwikkeling is systematisch gekeken naar de rekendoelen voor de bovenbouw van de basisschool, waaronder:

  • •de SLO-tussendoelen voor rekenen-wiskunde;
  • •de referentieniveaus 1F en 1S;
  • •de wettelijke kerndoelen voor het primair onderwijs.

Deze leerdoelen zijn gebruikt als uitgangspunt voor het ontwerp van de oefenomgeving.

Van leerdoel naar oefening

Voor ieder rekendomein is onderzocht:

  • •welke vaardigheden een leerling moet beheersen;
  • •welke deelvaardigheden daarbij horen;
  • •op welke manieren deze geoefend kunnen worden;
  • •welke veelgemaakte fouten leerlingen maken;
  • •welke feedback helpt om daarvan te leren.

Op basis daarvan zijn de oefeningen ontwikkeld.

De bedoeling is niet alleen dat een leerling veel oefent, maar vooral dat hij of zij de onderliggende rekenvaardigheid leert begrijpen.

Meer dan steeds dezelfde som

Eenzelfde leerdoel kan op verschillende manieren worden geoefend.

Een leerling krijgt daarom niet steeds dezelfde soort opgaven, maar een afwisseling van onder andere:

  • •directe berekeningen;
  • •contextopgaven;
  • •ontbrekende tussenstappen;
  • •foutenanalyse;
  • •redeneren;
  • •vergelijken;
  • •schatten;
  • •kiezen van een passende oplossingsstrategie.

Hierdoor wordt niet alleen geoefend op automatiseren, maar ook op inzicht en flexibel denken.

Adaptief per rekendomein

Kinderen ontwikkelen zich niet in alle onderdelen van rekenen even snel.

Daarom kijkt TurboRekenen niet alleen naar één algemeen niveau, maar volgt het de ontwikkeling per rekendomein.

Een leerling kan bijvoorbeeld al ver gevorderd zijn met tafels, terwijl breuken nog extra aandacht vragen.

De oefenroute past zich daarop aan.

Begrijpelijke feedback

Wanneer een antwoord niet goed is, probeert TurboRekenen niet alleen te laten zien dát iets fout is, maar ook waarom.

De feedback sluit aan bij de geoefende vaardigheid en helpt de leerling om een volgende poging met meer inzicht te maken.

Ontwikkeld en gecontroleerd

Tijdens de ontwikkeling is niet alleen aandacht besteed aan de techniek, maar ook aan de inhoud.

Daarbij zijn onder andere uitgevoerd:

  • •een systematische inventarisatie van de leerdoelen;
  • •een curriculumanalyse;
  • •een didactische beoordeling van de oefenvormen;
  • •controles op de dekking van de leerdoelen;
  • •validatie van de vraaggeneratoren;
  • •kwaliteitscontroles op taalgebruik, variatie en feedback;
  • •controles op de adaptieve leerlogica.

Nieuwe onderdelen worden steeds getoetst aan dezelfde uitgangspunten, zodat de kwaliteit van de oefenomgeving behouden blijft.

Altijd in ontwikkeling

Onderwijs verandert en inzichten over leren ontwikkelen zich voortdurend.

TurboRekenen groeit daarom stap voor stap verder.

Nieuwe oefenvormen, contexten en leeractiviteiten worden toegevoegd wanneer zij aantoonbaar bijdragen aan beter leren rekenen.

Het uitgangspunt blijft daarbij steeds hetzelfde:

kinderen helpen om met vertrouwen, begrip en plezier beter te leren rekenen.